De Grote en Kleine Arcana

De letterlijke betekenis van Arcana (Latijn) betekent geheim. Deze geheimen staan voor de kennis van de spirituele wereld, het raadselachtige en onze verborgen drijfveren.

De 78 kaarten van de Tarot, de voorloper van de meer populaire en beter bekende speelkaarten, zijn onderverdeeld in twee categorieën namelijk:

De Grote Arcana, bestaande uit 22 kaarten. Deze zijn vergelijkbaar met troeven bij gewone speelkaarten.

De 56 Kleine Arcana, met hun vier op de elementen gebaseerde ‘kleuren’.

De Grote Arcana, bestaat uit 22 kaarten die de abstracte waarden van het leven weergeven in archetypische symbolen.

Zij kunnen ook wel de troeven van het spel genoemd worden. De Grote Arcana bestond waarschijnlijk eerder dan de 56 kaarten van de Kleine Arcana.

De Dwaas (0) neemt in de Tarot een bijzondere plaats in. Het is hem als enige van alle 22 troefkaarten gelukt om ook in ons huidige kaartspel te functioneren, namelijk als joker.

De Kleine Arcana, de overige 56 kaarten - staat voor het leven van alledag en dagelijkse gebeurtenissen.

Deze Kleine Arcana is onderverdeeld in 16 hofkaarten (Koning, Koningin, Ridder en Schildknaap) en 40 oog- of getalskaarten, oplopend van één (Aas) tot en met tien.

De hofkaarten staan voor de mensen om ons heen en hoe we elkaar beïnvloeden. De getalskaarten staan voor onszelf en onze omstandigheden.

De kaarten van de Kleine Arcana zijn de voorlopers van onze huidige speelkaarten die pas later in de Middeleeuwen (zouden) zijn ontstaan.

In de vroegere kaartspelen verwijzen de kleuren van de Kleine Arcana naar de vier middeleeuwse standen. Zwaarden (of schoppen) staan voor de adel, Bekers (of harten) staan voor de geestelijkheid, Pentagrammen (of ruiten) staan voor de kooplieden en Staven (of klaveren) staan voor de boeren en het gewone volk.